Samenvatting voorlichting over afschaffing doorsneesystematiek bij pensioenopbouw

Datum publicatie: maandag 17 juli 2017 - Datum advies: maandag 3 juli 2017

Momenteel vindt er een discussie plaats over een eventueel nieuw pensioenstelsel. Een belangrijk element van het beoogde stelsel is de afschaffing van de doorsneesystematiek. De doorsneesystematiek houdt in dat werknemers, ongeacht hun leeftijd, op jaarbasis evenveel pensioen opbouwen en voor die pensioenopbouw dezelfde premiepercentages betalen. De regering streeft er met de keuze voor een zogenoemde actuarieel neutrale (degressieve) opbouw naar om de pensioenopbouw beter te laten aansluiten bij de veranderende arbeidsmarkt en zo te zorgen voor het behoud van maatschappelijk draagvlak voor het pensioenstelsel. Bij degressieve opbouw (de pensioenopbouw neemt af met het stijgen van de leeftijd) wordt er rekening mee gehouden dat ingelegde premies bij jongere werknemers langer renderen en dus tot een hogere pensioenaanspraak leiden dan bij oudere werknemers.

Voorlichtingsvraag

Vooral de eventuele keuze voor een degressieve pensioenopbouw roept vragen op. De regering heeft daarom aan de Afdeling advisering van de Raad van State gevraagd voorlichting te geven over de gevolgen van de afschaffing van de doorsneesystematiek en de introductie van een degressieve pensioenopbouw. Dit in relatie tot het Europeesrechtelijke verbod op leeftijdsdiscriminatie en de houdbaarheid van de verplichting om deel te nemen aan een pensioenfonds in het licht van het Europees mededingingsrecht. De regering heeft de voorlichting van de Afdeling advisering op 14 juli 2017 openbaar gemaakt.

Leeftijdsdiscriminatie

De Afdeling advisering merkt op dat zowel in een stelsel waarin de doorsneesystematiek wordt gehanteerd als in een stelsel waarin de pensioenopbouw actuarieel neutraal is, er onevenwichtigheden en ongelijkheden zijn tussen groepen deelnemers. Vanwege de ruimte die lidstaten toekomt, staat het Europese recht op zichzelf niet in de weg aan de keuze voor een degressieve opbouw in een nieuw pensioenstelsel. Wel moet dan worden gemotiveerd dat die keuze is ingegeven door een legitieme doelstelling en dat die keuze in het licht van het nieuwe stelsel als geheel, passend en noodzakelijk is. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is hoe het nieuwe pensioenstelsel vormgegeven gaat worden, kan nu nog niet worden beoordeeld of het uiteindelijke voorstel de toetsing aan het verbod op leeftijdsonderscheid zal kunnen doorstaan.

Houdbaarheid verplichtstelling

Pensioenfondsen hebben door hun verplichte karakter een bevoorrechte positie ten opzichte van pensioenregelingen door andere marktpartijen. Die positie wordt gerechtvaardigd door de doelstelling van solidariteit die deze pensioenregelingen kenmerkt.
Wanneer de doorsneesystematiek wordt vervangen door een meer actuarieel neutrale pensioenopbouw, zal opnieuw beoordeeld moeten of het stelsel voldoende solidair is om  Europeesrechtelijk houdbaar te zijn. Daarbij staat de vervanging van de doorsneesystematiek door een meer actuarieel neutrale pensioenopbouw niet op zichzelf, maar vormt – zo lijkt althans de bedoeling – onderdeel van een integrale aanpassing van het stelsel. Om te beoordelen of de sociale functie van het nieuwe stelsel voldoende tot uitdrukking komt om de verplichtstelling te rechtvaardigen zullen het nieuwe stelsel en de doelstellingen die daaraan ten grondslag liggen, integraal moeten worden beoordeeld. Op dit moment kan daarom nog geen definitieve beoordeling van de houdbaarheid van de verplichtstelling worden gegeven.
Dat betekent echter niet dat de verplichtstelling in een dergelijk stelsel niet gerechtvaardigd zou kunnen worden. De doorsneesystematiek is immers één van de verschillende onderdelen van het stelsel waarin het sociale karakter van een pensioenregeling tot uitdrukking komt.

De Afdeling advisering concludeert dat niet op voorhand kan worden gesteld dat het enkele vervangen van de doorsneepremie door een meer actuarieel neutrale pensioenopbouw, ertoe leidt dat de verplichtstelling van bedrijfstakpensioenfondsen Europeesrechtelijk niet langer gerechtvaardigd zal kunnen worden.

Herverdelingsvraagstukken

Tenslotte wijst de Afdeling advisering op de noodzaak van een adequate regeling van (her)verdelingsvraagstukken en juridisch zorgvuldig vormgegeven overgangsrecht, als voor een overgang naar een pensioenstelsel met degressieve opbouw zou worden gekozen.

Lees hier de volledige tekst van de voorlichting van de Afdeling advisering van de Raad van State.