Samenvatting advies over een aparte begroting voor de rechtspraak

Datum publicatie: woensdag 24 mei 2017 - Datum advies: dinsdag 7 februari 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van het Tweede Kamerlid Van Nispen (SP) tot wijziging van de Comptabiliteitswet 2016 en de Wet op de rechterlijke organisatie. Met deze wijziging wil hij een heldere scheiding aanbrengen tussen de begroting van het ministerie van Veiligheid en Justitie en die van de Raad voor de rechtspraak. Het advies van de Afdeling advisering is op 23 mei 2017 openbaar gemaakt.

Het initiatiefwetsvoorstel

Het initiatiefwetsvoorstel regelt dat in de Comptabiliteitswet 2016 een aparte jaarlijkse begroting komt voor de Raad voor de rechtspraak. De initiatiefnemer wil hiermee de onafhankelijke positie van de rechtspraak versterken. Het indienen en verdedigen van de begroting voor de Raad van de rechtspraak blijft de verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie.

Symbolische betekenis

Het initiatiefwetsvoorstel maakt niet duidelijk hoe het doel, versterking van de positie van de rechtspraak, zich verhoudt tot andere relevante constitutionele uitgangspunten, zoals de ministeriële verantwoordelijkheid, het budgetrecht van het parlement en de positie van de formele wetgever. Omdat het initiatiefwetsvoorstel alleen de instelling van een aparte rechtspraakbegroting regelt en de bestaande verantwoordelijkheid van de minister van Veiligheid en Justitie en de begrotingsregels – zo blijkt uit de toelichting - verder ongewijzigd laat, lijkt het voorstel alleen symbolische betekenis te hebben. Daarmee lijkt het voorstel niet in betekenisvolle mate bij te dragen aan het beoogde doel ervan.

Gevolgen

Voor het geval het initiatiefwetsvoorstel meer dan een symbolische betekenis heeft, en daarmee ook tot doel heeft de onafhankelijkheid van de rechtspraak bij de vaststelling van de begroting daadwerkelijk te versterken, merkt de Afdeling advisering het volgende op. De ruimte van de verantwoordelijke minister en van de wetgever om op grond van een financiële afweging van alle overheidsuitgaven te bepalen hoeveel geld op de begroting beschikbaar is voor de rechtspraak zal daarmee ten opzichte van de bestaande situatie worden beperkt. Uit het voorstel blijkt niet waarom tot een andere balans van de relevante constitutionele uitgangspunten moet worden gekomen dan zoals die tot nu toe wordt gehanteerd. Verder blijkt uit de toelichting niet waarom de in de praktijk bestaande knelpunten niet op adequate wijze binnen de bestaande wettelijke systematiek kunnen worden opgelost.

Conclusie

De Afdeling advisering komt tot de conclusie dat het nut en de noodzaak van het initiatiefwetsvoorstel niet zijn aangetoond. Zij adviseert de indiener het voorstel te heroverwegen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indiener.