Samenvatting advies over voorstel bescherming koopvaardijschepen tegen piraterij

Datum publicatie: woensdag 15 februari 2017 - Datum advies: vrijdag 25 november 2016

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het initiatiefwetsvoorstel van de Tweede Kamerleden Ten Broeke en Knops over de bescherming van Nederlandse koopvaardijschepen tegen piraterij op volle zee. Het advies is op 15 februari 2017 openbaar gemaakt.

Inhoud initiatiefwetsvoorstel

Het initiatiefwetsvoorstel maakt het mogelijk dat particuliere maritieme beveiligers worden ingezet op Nederlandse koopvaardijschepen met het oog op de bescherming van deze schepen tegen piraterij. Op dit moment is de inzet van particuliere maritieme beveiligers niet toegestaan en wordt de bescherming geboden door Nederlandse militairen. Rederijen betalen daarvoor een financiële bijdrage aan de overheid. Wegens de beperkte flexibiliteit kunnen deze militairen echter niet altijd adequate bescherming bieden.

Geweldsmonopolie

Het initiatiefwetsvoorstel neemt het geweldsmonopolie van de staat tot uitgangspunt. Dit betekent dat de bescherming in principe door Nederlandse militairen wordt geboden. Alleen in uitzonderlijke gevallen kunnen reders toestemming krijgen om particuliere maritieme beveiligers aan boord van hun schepen mee te nemen.
Volgens het initiatiefwetsvoorstel is sprake van een uitzonderlijk geval, als blijkt dat (1) de inzet van Nederlandse militairen niet mogelijk is, (2) de inzet van deze militairen voor de reder ten minste 20% duurder is dan de inzet van particuliere maritieme beveiligers of (3) wanneer blijkt dat het schip door het aanvaarden van militaire bescherming een langere vaarroute zal hebben (ten minste 100 zeemijlen langer dan gepland) omdat de militairen verderop opgepikt moeten worden.

De Afdeling advisering vraagt zich af of de als strikt bedoelde hoofdregel dat de bescherming door de Nederlandse militairen wordt geboden, in de praktijk ook zo strikt zal worden toegepast. Als blijkt dat uitzonderingen zich vaak voordoen - bijvoorbeeld omdat de kosten van particuliere maritieme beveiligers in principe altijd veel lager liggen dan de bijdrage die reders thans voor de inzet van de Nederlandse militairen moeten betalen - dan blijft van de hoofdregel in de praktijk weinig over.
De Afdeling adviseert in de toelichting in te gaan op de praktische betekenis van de hoofdregel dat Nederlandse militairen ter beveiliging worden ingezet. Daarbij moet inzicht gegeven worden in de potentiële kosten van de private beveiliging op de koopvaardijschepen in relatie tot de financiële bijdrage die door de overheid bij de inzet van de militairen aan de reders wordt gevraagd. Verder adviseert zij de initiatiefnemers toe te lichten waarom wordt gekozen voor het percentage van 20% en het aantal extra zeemijlen van 100.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en de reactie van de indieners.