Samenvatting advies over de wijziging van de Wet afbreking zwangerschap

Datum publicatie: donderdag 2 februari 2017 - Datum advies: vrijdag 9 december 2016

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het voorstel tot wijziging van de Wet afbreking zwangerschap, dat medicamenteuze zwangerschapsafbreking bij de huisarts mogelijk maakt. Het wetsvoorstel is op 2 februari 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Op dit moment is zwangerschapsafbreking verboden en daarmee strafbaar. Dat is de hoofdregel. De wet maakt hierop een uitzondering: zwangerschapsafbreking mag wel, wanneer deze is verricht door een arts in een ziekenhuis of kliniek waarin die behandeling, volgens de Wet afbreking zwangerschap (Waz) op grond van een vergunning, mag worden verricht. Het wetsvoorstel breidt de kring van artsen die bevoegd zijn om zwangerschap af te breken, uit. Ook de huisarts zal straks vroege zwangerschappen mogen afbreken in zijn huisartsenpraktijk. Het gaat om zwangerschapsafbreking door middel van medicamenten (pillen). De huisarts mag geen instrumentele zwangerschapsafbreking uitvoeren. Daarnaast wordt de zogenaamde overtijdbehandeling (wanneer de vrouw 16 dagen ‘overtijd’ is) onder de Waz gebracht. Tegelijkertijd vervalt de zorgvuldigheidseis van de beraadtermijn van ten minste vijf dagen voor de overtijdbehandeling.

Noodzaak zwangerschapsafbreking door de huisarts

In de toelichting wordt een aantal redenen genoemd waarom de voorgestelde regels nodig zouden zijn. De Afdeling advisering stelt daar vragen bij.
Ten eerste zou het wetsvoorstel nodig zijn om huisartsen een juridische duidelijkheid te geven over de vraag of zij zwangerschapsafbrekingen mogen uitvoeren. De Afdeling advisering merkt op dat deze duidelijkheid al bestaat: zwangerschapsafbreking mag alleen door artsen in een ziekenhuis of in een abortuskliniek worden uitgevoerd en niet door huisartsen. Dit geldt ook voor de overtijdbehandeling. De opeenvolgende kabinetten hebben dit ook steeds bevestigd.
Ten tweede wordt als reden voor de wetswijziging gegeven dat zwangerschapsafbreking door huisartsen veilig en effectief kan zijn. Dit zou op zich een reden kunnen zijn om zwangerschapsafbrekingen door huisartsen te overwegen. Daar staat tegenover dat de huidige praktijk van zwangerschapsafbrekingen goed en zorgvuldig geschiedt. Dit blijkt ook uit alle rapporten. De toelichting geeft ook niet aan de praktijk serieuze problemen vertoont rondom zwangerschapsafbreking.
Verder wordt de band met de patiënt als een belangrijke reden genoemd om zwangerschapsafbreking door de huisarts mogelijk te maken. De Afdeling advisering onderschrijft de rol van de huisarts in het traject van zwangerschapsafbreking. In ongeveer de helft van de gevallen is de huisarts degene tot wie de zwangere vrouw zich in de vroege fase van de zwangerschap over het algemeen als eerste richt. De huisarts verleent ook vaak de nazorg na een zwangerschapsafbreking en heeft een belangrijke rol in de anticonceptie. Tegelijkertijd wijst de Afdeling advisering erop dat de omstandigheid dat bij de beslissing tot zwangerschapsafbreking thans verschillende hulpverleners betrokken kunnen zijn, zowel de huisarts als de abortusarts, de zorgvuldigheid van de te nemen beslissing ten goede komt.

Evaluatie

Aangekondigd is dat in 2017 de tweede evaluatie van de abortuswetgeving zal plaatsvinden. Daar wacht het wetsvoorstel echter niet op. De Afdeling advisering merkt op dat de tweede evaluatie van belang kan zijn voor de te maken keuzes in de toekomst. Daarin kunnen ook recente ontwikkelingen, zoals het ter beschikking komen van medicijnen voor abortus, aan de orde komen. Verder kan de huidige verhouding tussen de huisarts als degene tot wie de zwangere vrouw zich vaak als eerste richt en de abortusartsen in ziekenhuizen en klinieken waar de abortus plaatsvindt, worden meegenomen.

Afweging: zwangerschapsafbreking door de huisarts

De Afdeling advisering komt tot de conclusie dat de in de toelichting genoemde redenen niet toereikend zijn om op grond daarvan op dit moment het voor huisartsen mogelijk te maken om zwangerschappen af te breken. Zij adviseert eerst de uitkomsten van de tweede evaluatie af te wachten en vooralsnog af te zien van de voorgestelde mogelijkheid van medicamenteuze zwangerschapsafbreking bij de huisarts.

Beraadtermijn

Wanneer, zoals voorgesteld, de overtijdbehandeling onder de reikwijdte van de Waz wordt gebracht, zullen alle zorgvuldigheidseisen van de Waz ook formeel gaan gelden voor overtijdbehandelingen. In de praktijk houden de artsen zich hier al vrijwillig aan. Het wetsvoorstel maakt echter een uitzondering voor de beraadtermijn. De huidige wettelijke beraadtermijn van ten minste 5 dagen zal volgens het wetsvoorstel niet gaan gelden voor de overtijdbehandeling. Hiermee probeert het wetsvoorstel aan te sluiten bij de huidige praktijk waarin de artsen bij de overtijdbehandeling een flexibele beraadtermijn hanteren. Het wetsvoorstel beoogt geen verandering aan te brengen in deze praktijk. De Afdeling advisering is van oordeel dat het afschaffen van de wettelijke beraadtermijn voor de overtijdbehandeling juist wel een grote invloed zal hebben op de praktijk. Het is een signaal naar de praktijk toe om bij overtijdbehandelingen in het geheel geen termijn te hanteren, terwijl de beraadtermijn een belangrijk element van een zorgvuldige besluitvorming bij zwangerschapsafbreking is. De Afdeling adviseert in het wetsvoorstel uitdrukkelijk te bepalen dat bij overtijdbehandelingen een beraadtermijn in acht wordt genomen, zij het dat deze termijn flexibel kan zijn.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.