Samenvatting advies Goedkeuringswet Associatieovereenkomst EU-Oekraïne

Datum publicatie: dinsdag 31 januari 2017 - Datum advies: woensdag 18 januari 2017

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de inwerkingtreding regelt van de goedkeuringswet over de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en Oekraïne. De regering heeft het wetsvoorstel op 31 januari 2017 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State openbaar geworden.

Voorgeschiedenis

De Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne is in 2015 bij wet goedgekeurd door de Tweede en Eerste Kamer. Op 6 april 2016 vond een raadgevend referendum over de goedkeuringswet plaats. Omdat het referendum heeft geleid tot een "raadgevende uitspraak tot afwijzing", moet de wetgever zich opnieuw buigen over de goedkeuring van het verdrag. De keuze is daarbij beperkt: intrekken van de goedkeuringswet of deze alsnog in werking laten treden. Het wetsvoorstel van de regering regelt de inwerkingtreding van de goedkeuringswet. Eerder is een initiatiefwetsvoorstel tot intrekking van dezelfde goedkeuringswet ingediend door de Tweede Kamerleden Wilders en Bosma. Daarover heeft de Afdeling advisering in mei 2016 advies uitgebracht.

Aanvullen van de toelichting bij het wetsvoorstel

De Afdeling advisering merkt in haar advies op dat de regering de toelichting bij het wetsvoorstel op twee punten zou moeten aanvullen. Beide punten hebben betrekking op het besluit dat de 28 staatshoofden en regeringsleiders van de EU-lidstaten op 15 december 2016 hebben genomen. In dat besluit is een interpretatie van onderdelen van de Associatieovereenkomst opgenomen.

Status van het besluit

In de toelichting bij het wetsvoorstel staat dat het besluit van 15 december 2016 een gezaghebbend instrument met internationaalrechtelijk gewicht is. Uit de toelichting bij het wetsvoorstel wordt onvoldoende duidelijk wat de status van dat besluit is, vooral voor Oekraïne, dat het besluit niet mee heeft ondertekend. De Afdeling adviseert de toelichting op dit punt aan te vullen en wijst in het advies op het relevante internationale verdragenrecht.

Juridische betekenis

Zij vraagt ook aandacht voor de juridische betekenis van het besluit. Over wat het besluit dat de EU-lidstaten in december 2016 namen in juridische zin wel en niet betekent, is de toelichting bij het wetsvoorstel nog niet voldoende expliciet. De toelichting zou dan ook aangevuld moeten worden in het licht van de verklaringen die de minister-president hierover heeft afgelegd in het debat in de Tweede Kamer op 20 december 2016. Hij heeft in dat debat gezegd dat de tekst van het associatieakkoord niet wordt gewijzigd; de meerwaarde van het besluit, aldus de minister-president, ligt er in dat juridisch bindend wordt vastgelegd hoe de lidstaten van de Europese Unie op een aantal specifieke punten omgaan met het associatieakkoord.

De regering heeft in het nader rapport aangegeven naar aanleiding van het advies van de Afdeling advisering de toelichting te hebben aangevuld.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister van Buitenlandse Zaken.