Samenvatting advies ontwerpbesluit over verwerking persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing

Datum publicatie: dinsdag 27 december 2016 - Datum advies: vrijdag 11 november 2016

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het ontwerpbesluit tot verwerking van persoonsgegevens bij selectieve woningtoewijzing ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag. Het advies is op 27 december 2016 openbaar gemaakt.

Inhoud voorstel
Het ontwerpbesluit bevat procedurele voorschriften voor de gegevensverwerking van de persoonsgegevens in die gevallen dat selectieve woningtoewijzing plaatsvindt ter beperking van overlastgevend en crimineel gedrag. Het gaat daarbij onder meer om het verstrekken van gegevens, de beveiliging daarvan en regels over inzage, bewaring en vernietiging. Het ontwerpbesluit ziet zowel op complexen, straten en gebieden waar gebruik wordt gemaakt van screening op basis van een Verklaring omtrent gedrag (VOG), als op screening op basis van politiegegevens.

Schending artikel 8 EVRM
Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet bijzondere maatregelen grootstedelijke problematiek (Wbmgp) is een amendement aangenomen dat de procedure voor screening op grond van politiegegevens heeft gewijzigd. In combinatie met de keuze in het ontwerpbesluit om bezwaar en beroep tegen de woonverklaring uit te sluiten, leiden deze wijzigingen ertoe dat de woonverklaring nu een duiding moet bevatten van de gedragingen die relevant zijn voor de beoordeling van de huisvestingsvergunning. Omdat de woonverklaring die door de burgemeester wordt opgesteld vervolgens ofwel aan het college van burgemeester en wethouders ofwel aan gemandateerde woningcorporaties of verhuurders wordt verstrekt, komen deze gegevens ter beschikking van meer partijen dan strikt noodzakelijk. Het verstrekken van door de politie verstrekte gegevens aan derden, leidt daarmee tot een schending van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), omdat hiermee een inbreuk wordt gemaakt op het privéleven van woningzoekenden. De Afdeling advisering komt tot deze conclusie omdat het mogelijk is de procedure van screening en afgifte van een woonverklaring anders in te richten waarbij de inbreuk op het privéleven van woningzoekenden minder groot is. Daarmee ontbreekt de noodzaak van de schending van artikel 8 EVRM en is sprake van een ongerechtvaardigde inbreuk.

Mogelijke oplossingen
Er zijn twee mogelijkheden om te voorkomen dat verstrekking van deze gevoelige gegevens aan private partijen plaatsvindt. Enerzijds kan ervoor worden gekozen om bezwaar en beroep open te stellen tegen de woonverklaring. In dat geval hoeft de woonverklaring zelf niet de politiegegevens en de duiding te bevatten van de gedragingen die daaraan ten grondslag liggen. Als dit niet wenselijk wordt geacht, zal de mogelijkheid tot het verlenen van mandaat voor het afgeven van de huisvestingsvergunning moeten worden uitgesloten in het geval screening op basis van politiegegevens plaatsvindt. In dat geval adviseert de Afdeling advisering om artikel 19 van de Huisvestingswet waarin mandaat mogelijk wordt gemaakt, aan te passen.

Verzameling van gegevens voor evaluatie
Verder adviseert de Afdeling advisering de extra verwerking van persoonsgegevens voor de evaluatie nader te bezien. Zij wijst erop dat het onwenselijk is om uitsluitend ten behoeve van een evaluatieonderzoek nadere gegevens te verzamelen en te verwerken en langdurig te bewaren. Ook dit levert een inbreuk op de privacy van betrokkenen op.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport van de minister.