Samenvatting advies wetsvoorstel extra ondersteuning onderwijs

Datum publicatie: maandag 11 april 2016 - Datum advies: vrijdag 3 april 2015

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat de Wet primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs wijzigt. Het wetsvoorstel bepaalt dat het bevoegd gezag van een school met instemming van de ouders een document moet vaststellen waarin staat hoe een leerling begeleid wordt die extra ondersteuning nodig heeft. Het wetsvoorstel is op 11 april 2016 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Achtergrond

Vanaf augustus 2014 moeten leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben zoveel mogelijk naar het gewone onderwijs; dit staat bekend als 'passend onderwijs'. De school bepaalt na overleg met de ouders wat die ondersteuning inhoudt. Het wetsvoorstel bepaalt dat de individuele begeleiding voor zulke leerlingen alleen kan worden vastgesteld met instemming van de ouders.

Bestendige regelgeving

De wijziging zou tot stand komen binnen een jaar nadat het passend onderwijs is ingevoerd. De Afdeling advisering merkt op dat wijzigingen van regels niet te snel op elkaar moeten volgen. Wijzigingen moeten de tijd krijgen om zich in de praktijk te bewijzen. Bovendien moet voorkomen worden dat burgers en organisaties die de wet moeten uitvoeren zich telkens op nieuwe veranderingen moeten instellen.

Professionele autonomie van school

Daar komt bij dat het wetsvoorstel wel erg veel nadruk legt op de wensen van de ouders. Dat betekent dat de professionele autonomie van de school wordt aangetast. De school zal niettemin haar zorgplicht moeten waarmaken, ook als de ouders niet instemmen met de plannen voor ondersteuning van hun kind. Het instemmingsrecht van de ouders heeft daardoor weinig betekenis.

De Afdeling adviseert van het wetsvoorstel af te zien.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de minister.