Samenvatting advies over wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring

Datum publicatie: donderdag 1 oktober 2015 - Datum advies: donderdag 18 december 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel terugkeer en vreemdelingenbewaring. Het wetsvoorstel is op 1 oktober 2015 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Afdeling advisering openbaar geworden.

Inhoud wetsvoorstel

Het wetsvoorstel introduceert één uniform bestuursrechtelijk kader voor vreemdelingenbewaring. Het nieuwe kader sluit aan bij de doelstelling van bewaring – de vreemdeling beschikbaar te houden voor vertrek - en gaat uit van het beginsel van minimale beperkingen. Dat betekent dat vreemdelingen in bewaring aan geen andere beperkingen worden onderworpen dan die voor het doel van de vreemdelingenbewaring of in het belang van de handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn. Het wetsvoorstel bevat daarnaast een aanpassing van de Vreemdelingenwet 2000. De regering wil alternatieven voor bewaring nadrukkelijker in de wet verankeren en het zogenoemde ultimum remedium karakter van de vreemdelingenbewaring benadrukken.

Advies

Minimale beperkingen
De Afdeling advisering onderschrijft het belang van een nieuw (bestuursrechtelijk) kader voor vreemdelingenbewaring. Niettemin heeft het nieuwe kader op sommige punten sterke overeenkomsten met de huidige praktijk waarbij de inrichting en het regime een penitentiair karakter hebben. De Afdeling advisering wijst daarbij onder meer op het meest strikte regime, het 'beheersregime'. Dit regime komt overeen met het huidige regime voor vreemdelingenbewaring op grond van de Penitentiaire Beginselenwet. Het heeft daarmee een penitentiair karakter wat niet lijkt te stroken met het voornemen van een eigen bestuursrechtelijk kader voor vreemdelingenbewaring met het beginsel van minimale beperkingen als uitgangspunt. De Afdeling advisering concludeert dat onvoldoende duidelijk is of een aantal beperkingen en regimes – zeker in hun totaliteit bezien – noodzakelijk is voor handhaving van de orde en veiligheid in de inrichting of voor het doel van de vreemdelingenbewaring.

Inrichtingen voor vreemdelingenbewaring
Het is de Afdeling advisering daarnaast onvoldoende duidelijk waarom het wetsvoorstel de mogelijkheid openhoudt om een inrichting voor vreemdelingenbewaring te huisvesten in een complex of gebouw dat tevens dienst doet als penitentiaire inrichting. De Europese Terugkeerrichtlijn schrijft voor dat voor vreemdelingenbewaring in de regel gebruik wordt gemaakt van speciale inrichtingen. Van dit uitgangspunt mag volgens het Hof van Justitie van de Europese Unie slechts in uitzonderlijke gevallen worden afgeweken. De Afdeling adviseert hierop in de toelichting op het wetsvoorstel in te gaan.

Ultimum remedium karakter
Ook meent de Afdeling advisering dat duidelijker uit de wet moet blijken dat vreemdelingenbewaring alleen mag worden opgelegd als er geen enkel ander minder dwingend middel doeltreffend kan worden toegepast (het ultimum remedium karakter). In dat kader wijst zij op het wetsvoorstel tot implementatie van de herziene Procedurerichtlijn en de herziene Opvangrichtlijn dat onlangs bij de Tweede Kamer is ingediend. De Afdeling advisering meent dat de daarin opgenomen formulering beter uitdrukking geeft aan het ultimum remedium karakter van de vreemdelingenbewaring. De Afdeling adviseert dan ook het wetsvoorstel op dit punt aan te passen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering en het nader rapport van de staatssecretaris.