Advies over het wetsvoorstel om de AOW-leeftijd te verhogen naar 67 jaar

Datum publicatie: woensdag 2 december 2009 - Datum advies: woensdag 18 november 2009

De Raad van State heeft op 18 november 2009 advies uitgebracht over het wetsvoorstel waarmee de AOW-leeftijd in twee stappen naar 67 jaar wordt verhoogd: naar de leeftijd van 66 in 2020 en vervolgens naar die van 67 in 2025. 

De Raad van State heeft zich eerder uitgesproken vóór een verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. In zoverre onderschrijft de Raad de voorgestelde verhoging. De aanvaardbaarheid hangt echter af van de wijze waarop en de termijn waarbinnen deze verhoging wordt ingevoerd en het flankerend beleid dat in de toelichting op het wetsvoorstel wordt aangekondigd.

De Raad wijst op het karakter van de AOW als volksverzekering die wordt gekenmerkt door voorspelbaarheid en eenvoud van uitvoering: iedereen die 65 wordt heeft recht op AOW, onafhankelijk van het arbeidsverleden. De enige eis is 50 jaar ingezetenschap. De Raad constateert dat de flexibilisering van de AOW en de relatie met het arbeidsverleden in de toekomstige regeling niet passen bij het karakter van deze volksverzekering.

Voor de verhoging van de AOW-leeftijd worden twee redenen aangevoerd: het betaalbaar houden van de overheidsuitgaven en het vergroten van arbeidsdeelname door ouderen. De Raad constateert dat, gelet op het tempo waarin de verhoging gaat plaatsvinden, op korte termijn aan geen van beide doelen substantieel wordt bijgedragen. Dit terwijl Nederland nu en de eerstkomende jaren al volop wordt geconfronteerd met beide problemen die aanleiding voor de verhoging vormen.

De Raad adviseert het voorstel te voorzien van een cijfermatige onderbouwing van de noodzaak van verhoging van de AOW-leeftijd. Verder dient de vraag of continuering van het AOW-stelsel na deze verhoging van de AOW-leeftijd voor een ruime periode verzekerd zal zijn aandacht te krijgen in de toelichting.

Verder wijst de Raad er op dat de toelichting niet ingaat op het vraagstuk van de verdeling van de lusten en lasten van de maatregel over de bevolking. Het tijdpad van invoering van de verhoging draagt volgens de Raad niet bij aan de solidariteit tussen de generaties, terwijl dat toch een wezenlijk element van de AOW is. Reeds eerder heeft de Raad in dit verband geadviseerd de mogelijkheid van verdere fiscalisering van de financiering van de AOW onder ogen te zien. Daardoor worden de AOW-lasten naar draagkracht verdeeld over – in beginsel – alle belastingplichtigen, zowel onder als boven de pensioengerechtigde leeftijd.

In de toelichting worden enkele flankerende maatregelen aangekondigd, waaronder een oplossing voor de problematiek van de zware beroepen. De regering moet deze maatregelen nog verder uitwerken. De Raad zal hier pas ten principale op kunnen ingaan nadat deze als voorstellen van wet aan hem voor advies zijn voorgelegd. De Raad merkt desalniettemin op dat 'het zware beroep' een bestaand probleem is. Ook de huidige leeftijdsgrens van 65 jaar is immers voor beoefenaren van een zwaar beroep doorgaans al een probleem. Tot slot vraagt de Raad aandacht voor de afbakening van "zware beroepen", voor het accent dat ligt op werknemers (zonder rekening te houden met de flexibilisering van arbeidsverhoudingen), en voor de vraag of met de voorgenomen maatregelen niet een onevenredige last op (bepaalde) werkgevers zal worden gelegd.

Klik hier voor de volledige tekst van het advies en de reactie van de indiener.