Samenvatting advies wetsvoorstel Beschikking geen loonheffingen

Datum publicatie: dinsdag 23 september 2014 - Datum advies: donderdag 26 juni 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel dat enkele (belasting)wetten wijzigt in verband met het vervangen van de Verklaring arbeidsrelatie door de Beschikking geen loonheffingen (Wet invoering Beschikking geen loonheffingen). Het wetsvoorstel is op 22 september 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Verklaring arbeidsrelatie

Volgens de huidige fiscale regelgeving is het mogelijk om een zogenoemde 'Verklaring arbeidsrelatie' (VAR) aan te vragen bij de Belastingdienst. In een arbeidsrelatie (bijvoorbeeld die tussen een zzp'er en een opdrachtgever) kan dan vooraf zekerheid worden verkregen hoe de Belastingdienst fiscaal aankijkt tegen de vergoeding die de zzp'er krijgt van de opdrachtgever.
Er zijn vier soorten VAR, waarvan de drie belangrijkste zijn: de VAR-loon, de VAR winst uit onderneming (VAR-wuo) en de VAR resultaat uit overige werkzaamheden (VAR-row). Bij een VAR-loon moet de opdrachtgever loonbelasting en premies (volks- en werknemersverzekeringen) inhouden en afdragen. Bij een VAR-wuo heeft de opdrachtgever de zekerheid dat hij dat niet hoeft te doen. Bovendien is hij sinds 2005 gevrijwaard van de naheffing van loonbelasting/premies indien de verkregen VAR-wuo bij controle achteraf door de Belastingdienst alsnog onjuist blijkt te zijn en eigenlijk een VAR-loon had moeten worden aangevraagd.

Schijnzelfstandigheid

Volgens de toelichting op het wetsvoorstel wordt er oneigenlijk gebruik gemaakt van de VAR. Dat betreft dan vooral schijnzelfstandigheid: arbeidskrachten die in naam zelfstandige zijn (en dus een VAR-wuo met bijbehorende ondernemingsfaciliteiten aanvragen) maar waarvan de arbeidsrelatie op basis van de fiscale wet- en regelgeving en jurisprudentie feitelijk als dienstbetrekking had moeten worden gekwalificeerd (en dus tot een VAR-loon had moeten leiden). Het wetsvoorstel beoogt deze schijnzelfstandigheid tegen te gaan door de reikwijdte van de VAR te beperken. Er wordt nog maar één verklaring afgegeven: de 'Beschikking geen loonheffingen' (BGL). In die beschikking wordt aangegeven of er loonbelasting en premies zijn verschuldigd of niet. Daarnaast komt de vrijwaring van de opdrachtgever te vervallen en wordt hij in beginsel medeverantwoordelijk voor de controle op de juistheid van de BGL. Ten slotte komt er een webmodule voor de aanvraag van de BGL, die het proces van afgifte ervan transparant maakt en vooraf zekerheid beoogt te bieden over het al dan niet inhoudingsplichtig zijn van de opdrachtgever.

Nut en noodzaak

De Afdeling advisering concludeert dat onduidelijk is welk probleem het wetsvoorstel beoogt op te lossen aangezien de schijnzelfstandigheid met dit wetsvoorstel niet adequaat wordt bestreden. De aanzuigende werking die uitgaat van de voordelen van ondernemersfaciliteiten in de inkomstenbelasting geldt immers net zo goed onder de voorgestelde regeling als onder de bestaande.
De omvang van het probleem is evenmin duidelijk, zo concludeert de Afdeling advisering. Deze zou best eens veel kleiner kunnen zijn dan gedacht. Verder gelden de argumenten uit 2005 om de opdrachtgever te vrijwaren van loonheffing (namelijk om werk voor zzp'ers te bevorderen) in de huidige moeilijke arbeidsmarkt eens te meer. Ten slotte komt in een nog lopend interdepartementaal beleidsonderzoek onder meer de fiscale positie van werkenden op de arbeidsmarkt, waaronder zzp'ers, integraal aan de orde. In dit licht vindt de Afdeling advisering het wetsvoorstel prematuur.

Webmodule

De Afdeling advisering merkt daarnaast op dat een goede uitvoering en toepassing van de BGL, en ook zekerheid vooraf, staat en valt met het adequaat functioneren van de webmodule. Zij betwijfelt of met de webmodule zekerheid vooraf altijd is te realiseren, aangezien niet duidelijk is in hoeverre de webmodule rekening kan houden met alle in de praktijk voorkomende situaties, die per geval kunnen verschillen.

Gelet hierop is de Afdeling advisering van oordeel dat de regering het wetsvoorstel zou moeten heroverwegen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State en het nader rapport van de staatssecretaris.