Samenvatting adviezen wetsvoorstellen tot goedkeuring en uitvoering van het Gehandicaptenverdrag

Datum publicatie: maandag 21 juli 2014 - Datum advies: maandag 17 maart 2014

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 17 maart 2014 advies uitgebracht over de wetsvoorstellen tot goedkeuring en uitvoering van het op 13 december 2006 in New York tot stand gekomen Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (verder: het verdrag). De wetsvoorstellen zijn op 21 juli 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee zijn ook de adviezen van de Raad van State openbaar geworden.

Inhoud verdrag
Het verdrag omvat een groot aantal burgerlijke, politieke, sociale en economische rechten voor personen met een handicap. Op de burgerlijke en politieke rechten kan vanaf de ratificatie van het verdrag een beroep worden gedaan. Voor de sociale en economische rechten geldt dat deze geleidelijk aan verwezenlijkt zullen moeten worden. Naast de goedkeuring van het verdrag wordt ter uitvoering ervan met name de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte gewijzigd. Het verbod op het maken van onderscheid in deze wet wordt uitgebreid met het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten. Het verbod is niet van toepassing op de verstrekking van financiële dienstverlening waarbij de gezondheidstoestand een bepalende factor is (bijvoorbeeld levensverzekeringen).

Verstrekkende gevolgen
De Afdeling advisering maakt in haar advies over de goedkeuring van het verdrag opmerkingen over de reikwijdte van het verdrag. Het verdrag verbiedt discriminatie van gehandicapten. Ook het niet treffen van redelijke aanpassingen in een specifiek geval is discriminatie in de zin van het verdrag. Wat redelijke aanpassingen inhouden is niet in het algemeen vast te stellen. De Afdeling advisering leidt hieruit af dat goedkeuring van het verdrag dan ook potentieel verstrekkende (financiële) gevolgen kan hebben. Of deze gevolgen zich zullen voordoen hangt mede af van de vraag op welke bepalingen van het verdrag rechtstreeks een beroep kan worden gedaan bij de Nederlandse rechter en de manier waarop die de redelijkheid van een gevraagde aanpassing zal beoordelen. De Afdeling advisering acht het daarom noodzakelijk dat de regering in de toelichting op het wetsvoorstel per verdragsbepaling aangeeft of zo'n rechtstreeks beroep voor de rechter naar het oordeel van de regering mogelijk zal zijn.

Bonaire, Sint Eustatius en Saba
De Afdeling advisering gaat tevens in op het voornemen om het verdrag voorlopig niet te laten gelden voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba. De regering verwijst daarbij naar de met de eilanden gemaakte afspraak om tot oktober 2015 terughoudend te zijn met nieuwe wetgeving voor de eilanden. Volgens de Afdeling advisering kan echter niet zonder meer worden voorbijgegaan aan het grondrechtelijk karakter van het verdrag. Er zou dan ook beter moeten worden gemotiveerd waarom voorlopig wordt afgezien van de gelding van het verdrag voor de eilanden. Daarbij zou tevens een redelijke termijn moeten worden gesteld waarbinnen het verdrag wel zal gaan gelden voor Bonaire, Sint Eustatius en Saba, aldus de Afdeling advisering.

Interpretatieve verklaringen
Verder gaat de Afdeling advisering in op de zogenoemde interpretatieve verklaringen bij het in het verdrag opgenomen recht op leven en recht op gezinsvorming. In deze verklaringen stelt Nederland dat het moment waarop het recht op leven begint voor de ongeborene onderwerp is van nationale wetgeving. Verder is volgens Nederland het belang van het - nog onverwekte - kind doorslaggevend bij de ondersteuning van het recht op gezinsvorming. De Afdeling advisering is van oordeel dat deze verklaringen preciezer zouden moeten worden afgebakend. Daarbij vraagt zij tevens naar de noodzaak en toelaatbaarheid van de verklaringen, in het bijzonder met betrekking tot het recht op gezinsvorming. Deze verklaring betekent naar het oordeel van de Afdeling advisering in wezen een voorbehoud bij het verdrag. De Afdeling advisering vindt dat in de toelichting op het wetsvoorstel nader moet worden ingegaan op dit aspect.

Uitvoering verdrag
Met betrekking tot het wetsvoorstel tot uitvoering van het verdrag gaat de Afdeling advisering in op de voorgestelde uitzondering voor de verstrekking van financiële diensten. Deze uitzondering is van toepassing wanneer de gezondheidstoestand waarin de betrokkene verkeert een bepalende factor is in de risicobeoordeling voor de desbetreffende dienst en de verschillen in verstrekking proportioneel zijn aan dat risico. Uit de toelichting blijkt onvoldoende duidelijk wanneer dit het geval zal zijn. De Afdeling adviseert daarom duidelijk af te bakenen wanneer sprake is van een bepalende factor die onderscheid naar handicap of chronische ziekte rechtvaardigt. Zo nodig zou het wetsvoorstel daarvoor moeten worden aangepast.

Lees het advies over het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag en het advies over het wetsvoorstel over de uitvoering van het verdrag, alsmede de reactie van de staatssecretaris op deze adviezen.