Samenvatting advies wetsvoorstel maatschappelijke ondersteuning 2015

Datum publicatie: dinsdag 14 januari 2014 - Datum advies: vrijdag 22 november 2013

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel maatschappelijke ondersteuning 2015. Het wetsvoorstel is op 14 januari 2014 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Decentralisatie

Het wetsvoorstel vervangt de huidige Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Met het wetsvoorstel wordt de verantwoordelijkheid voor een deel van de langdurige (zorg)ondersteuning – die nu nog valt onder de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) – gedecentraliseerd naar gemeenten. Het wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere decentralisatieagenda waarbij taken op het terrein van re-integratie, jeugdzorg en maatschappelijke ondersteuning worden overgeheveld naar gemeenten.

Doel wetsvoorstel

Met het wetsvoorstel beoogt de regering een omslag in denken en doen te bewerkstelligen bij zowel de overheid als de burger. Deze omslag betekent dat een burger alleen dan voor een specifieke (maatwerk)voorziening in aanmerking komt als de burger niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit het sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, in staat is tot participatie en zelfredzaamheid.
De achtergrond van het wetsvoorstel zijn veranderende maatschappelijke opvattingen over langdurige verzorging en de noodzaak de AWBZ te hervormen met het oog op de financiële houdbaarheid van de langdurige zorg. In samenhang hiermee bestaat de wens de kwaliteit van de dienstverlening te verbeteren.

Maatregelen

Om de doelstellingen van het wetsvoorstel te realiseren, voorziet het wetsvoorstel in hoofdzaak in het overhevelen van een deel van de langdurige zorg, vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015. Anders dan aanvankelijk was voorzien, is in het wetsvoorstel niet gekozen voor een integrale overgang van de extramurale langdurige zorg naar gemeenten. De persoonlijke verzorging wordt namelijk, samen met de thuisverpleging, overgeheveld van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet. De overheveling van taken vanuit de AWBZ naar de Wmo 2015 wordt in hoofdzaak beperkt tot begeleiding.
Verder wordt de huidige plicht voor gemeenten om beperkingen in zelfredzaamheid weg te nemen of te compenseren en deelname aan het maatschappelijke verkeer mogelijk te maken (ook: compensatieplicht), vervangen door een stelsel van algemene en maatwerkvoorzieningen.
Ten slotte wordt een aanzienlijke bezuiniging gerealiseerd, zowel voor die onderdelen die van de AWBZ worden overgeheveld naar de nieuwe Wmo, als voor de huishoudelijke verzorging die nu al in de Wmo is opgenomen. Het gaat om een korting van € 925 miljoen waardoor een bedrag van ruim € 3,3 miljard overblijft voor die onderdelen die vanuit de AWBZ wordt overgeheveld naar gemeenten. Bij de huishoudelijke verzorging wordt een korting van € 465 miljoen doorgevoerd waardoor op dat terrein een bedrag van € 935 miljoen overblijft.

Integraliteit van taken

Volgens de Afdeling advisering levert het wetsvoorstel een eerste bijdrage aan het beheersen van de ontwikkeling van de collectieve uitgaven aan langdurige zorg. Door het maken van een omslag van verzekerde rechten naar voorzieningen en decentralisatie van de beleidsmatige en financiële verantwoordelijkheid voor deze taken naar gemeenten kan met minder collectieve middelen zo gericht mogelijk ondersteuning worden geboden. Integraliteit van taken is voor deze opzet een belangrijke voorwaarde om tot een betere en efficiëntere dienstverlening te komen, aldus de Afdeling advisering. De persoonlijke verzorging wordt evenwel grotendeels overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Daarmee blijft persoonlijke verzorging een verzekerde aanspraak. In zoverre wordt de beoogde omslag in denken en doen, fors beperkt. Daardoor blijft voor dit deel de opwaartse druk van de zorguitgaven bestaan. Verder is onzeker of diegenen die (blijvend) zijn aangewezen op deze zorg, deze ook (toereikend) zullen blijven krijgen. De beoogde integraliteit van taken in het sociale domein wordt door het wetsvoorstel beperkt, zowel inhoudelijk als in financiële zin. Bovendien kunnen nieuwe afbakeningsproblemen ontstaan tussen de Zorgverzekeringswet en de Wmo 2015.

Tempo

Verder gaat de Afdeling advisering in op het hoge tempo waarin de decentralisatie moet worden gerealiseerd Ook vindt zij de wettelijke verplichting voor gemeenten om samen te werken, mogelijk niet nodig. Bovendien stelt de Afdeling advisering vragen bij de voorwaarden en de procedure om voor de voorzieningen in aanmerking te komen en de veelheid van instanties die zich met kwaliteitseisen zal bezig houden. Ten slotte gaat de Afdeling advisering in op het dubbele toezicht door de Inspectie voor de Gezondheidszorg en gemeenten op de uitvoering van de Wmo 2015 en maakt zij diverse opmerkingen over de gegevensverwerking.

In verband met de gemaakte opmerkingen is de Afdeling advisering van oordeel dat het wetsvoorstel nader dient te worden overwogen.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en het nader rapport van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.