Samenvatting advies over kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs

Datum publicatie: vrijdag 18 januari 2013 - Datum advies: maandag 5 november 2012

De Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht over het wetsvoorstel kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs. Het voorstel is een uitwerking van het advies van de Commissie Veerman over de toekomst van het hoger onderwijs. De voorgestelde wijzigingen hebben betrekking op meer selectie bij aankomende studenten en op meer verschillen tussen opleidingen in het hoger onderwijs. Ook is met het wetsvoorstel beoogd de promotiestudent in het hoger onderwijs in te voeren en het verschil in titels tussen hoger beroepsonderwijs (hbo) en wetenschappelijk onderwijs (wo) af te schaffen, voor zowel bachelor- als masteropleidingen.
De regering heeft het wetsvoorstel op 18 januari 2013 bij de Tweede Kamer ingediend. Daarmee is ook het advies van de Raad van State openbaar geworden.

Het stelsel van hoger onderwijs
Met het voorstel wil de minister van Onderwijs de verschillen tussen opleidingen in het hoger onderwijs vergroten, in het bijzonder voor die opleidingen die bestemd zijn voor excellente studenten. Het wordt voor universiteiten en hogescholen gemakkelijker om opleidingen voor deze studenten te beginnen. Zij mogen dan studenten selecteren en een hoger collegegeld vragen.

De Afdeling advisering is het eens met het voornemen om meer opleidingen voor excellente studenten te beginnen, maar merkt op dat dit niet ten koste mag gaan van de gemiddelde student. Ook deze groep is hard nodig in de kenniseconomie. Grotere verschillen tussen opleidingen mogen er verder niet toe leiden dat het stelsel van hoger onderwijs onoverzichtelijk wordt, waardoor studenten en werkgevers niet meer weten wat het niveau van een bepaalde opleiding is.

Invoering promotieonderwijs
Het voorstel voert een nieuw promotietraject in, dat van de promotiestudent. Nu zijn de meeste promovendi werknemers. Een promotiestudent verricht onderzoek en volgt daarnaast onderwijs. Een promotiestudent krijgt geen salaris, maar een beurs. Door de invoering van de promotiestudent kunnen universiteiten het aantal promotiestudenten relatief goedkoop verhogen, omdat zij dan geen sociale premies en wachtgelden hoeven te betalen.

De Afdeling advisering wijst op het risico dat de bestaande werknemers-promovendi (de vroegere aio's) op grote schaal worden vervangen door promotiestudenten. Promoveren in Nederland wordt dan minder aantrekkelijk waardoor minder buitenlandse studenten in Nederland willen promoveren. Momenteel komt een groot deel van de promovendi in de technische en natuurwetenschappelijke vakken uit het buitenland. Deze studenten zullen wellicht voor promotie in een ander land kiezen. De kans is groot dat ook veelbelovende Nederlandse studenten in (fiscaal) recht en economie liever voor een carrière in het bedrijfsleven dan voor een promotietraject zullen kiezen. De Afdeling advisering raadt de invoering van de promotiestudent dan ook af.

Gelijktrekken titulatuur hbo en wo
Volgens het wetsvoorstel is de huidige titel "Bachelor" voor hbo-ers onvoldoende herkenbaar voor buitenlandse werkgevers. Daarom mogen bezitters van een bachelor-diploma in het hbo voortaan "of Arts" dan wel "of Sciences" toevoegen. Wo- en hbo-bachelors hebben in het vervolg dezelfde titel. Het wettelijk verschil tussen hbo en wo blijft echter wel bestaan.

De Afdeling advisering merkt op dat de verschillen tussen hbo en wo in Nederland groter zijn dan in veel andere landen. Het gelijktrekken van de titulatuur doet geen recht aan de Nederlandse praktijk, en ontkent de verschillen tussen hbo en wo. De Afdeling advisering is van oordeel dat het wetsvoorstel onvoldoende argumenten biedt voor het gelijktrekken van de titulatuur.

Lees hier de volledige tekst van het advies van de Raad van State en de reactie van de minister op het advies.