Een vreemdeling kan in beroep gaan als zijn verzoek tot verblijf in Nederland wordt geweigerd. Vervolgens is hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State mogelijk. Hoe verloopt deze procedure?
Verblijfsvergunning asiel
Om te komen tot een kortere asielprocedure voorziet de Vreemdelingenwet 2000 in één verblijfsvergunning voor elke asielzoeker die voor toelating in Nederland in aanmerking komt. Ieder die zo’n vergunning krijgt, heeft recht op dezelfde voorzieningen. Deze vergunning voor bepaalde tijd wordt voor vijf jaar verleend. Na het verstrijken van deze periode kan een aanvraag worden ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
<< Terug naar boven
Beroep en hoger beroep in asielzaken
Als de staatssecretaris van Justitie hun verzoek om toelating afwijst kunnen asielzoekers onder de Vreemdelingenwet 2000 direct beroep instellen bij de rechtbank te ’s-Gravenhage (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de negentien nevenzittingsplaatsen, kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
<< Terug naar boven
Verblijfsvergunning regulier
Een vreemdeling kan ook op andere gronden dan asiel om toelating tot Nederland vragen, bijvoorbeeld om in Nederland te werken of om zich hier te herenigen met een familielid. De Vreemdelingenwet 2000 voorziet in een systeem dat eerst een vergunning voor bepaalde tijd wordt verleend. Aan deze vergunning wordt een beperking verbonden die samenhangt met het doel waarvoor het verblijf is toegestaan. Na het verstrijken van deze periode kan een aanvraag worden ingediend voor verlening van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.
<< Terug naar boven
Bezwaar, beroep en hoger beroep in reguliere zaken
Vreemdelingen die op andere dan asielgronden om toelating verzoeken, kunnen tegen een afwijzende beslissing op hun verzoek wèl eerst bezwaar maken bij de staatssecretaris van Justitie. Tegen de beslissing van de staatssecretaris op het bezwaarschrift staat beroep open beroep bij de rechtbank te ’s-Gravenhage (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de negentien nevenzittingsplaatsen, kan vervolgens nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Vreemdelingen die een afwijzende beslissing op het verzoek om afgifte van een machtiging tot voorlopig verblijf hebben ontvangen, kunnen bezwaar maken tegen die beslissing bij de minister van Buitenlandse Zaken. Tegen de beslissing van deze minister op het bezwaarschrift kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage (vreemdelingenkamer). Tegen een uitspraak van deze rechtbank of een van de negentien nevenzittingsplaatsen, kan vervolgens nog hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
<< Terug naar boven
Beslissing afwachten
De asielzoeker mag op grond van de Vreemdelingenwet 2000 de beslissing op het beroep bij de rechtbank in beginsel wel in Nederland afwachten, maar de beslissing op het hoger beroep niet. Vreemdelingen die op andere dan asielgronden om toelating hebben verzocht, mogen in beginsel de beslissing op het beroep bij de rechtbank en op het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak niet in Nederland afwachten.
<< Terug naar boven
Beroep en hoger beroep in bewaringszaken
Een vreemdeling aan wie een vrijheidsontnemende maatregel (bewaring) is opgelegd, kan daartegen beroep instellen bij de rechtbank te ’s-Gravenhage en hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hoger beroep kan niet worden ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank op een verzoek om toekenning van een schadevergoeding wegens het ten onrechte opleggen van een vrijheidsontnemende maatregel. Tegen een beslissing over het voortduren van de vrijheidsontnemende maatregel kan wel beroep worden ingesteld bij de rechtbank te ’s-Gravenhage, maar geen hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
<< Terug naar boven
De termijn om een hogerberoepschrift in te dienen
De termijn voor het instellen van hoger beroep is één óf vier weken. Dat hangt af van het soort vreemdelingenzaak. Voor asielzaken die niet in een aanmeldcentrum zijn afgedaan en reguliere zaken geldt een termijn van vier weken. Voor asielzaken die wel in een aanmeldcentrum zijn afgedaan en bewaringszaken geldt een termijn van één week. Deze termijnen staan in de wet. De termijn start op de dag nadat de rechtbank de uitspraak aan u heeft verzonden. Op de uitspraak staat een verzenddatum, zodat u zelf de termijn kunt uitrekenen. Deze termijn is heel belangrijk. Als u zich niet aan de termijn houdt, verspeelt u uw recht om hoger beroep in te stellen. Let dus goed op wat er in de uitspraak staat vermeld.
<< Terug naar boven
Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen
Op 1 oktober 2009 is de 'Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen' in werking getreden. Deze wet biedt de mogelijkheid een bestuursorgaan in gebreke te stellen als het niet op tijd op uw aanvraag of bezwaar heeft beslist. Vanaf dat moment moet het bestuursorgaan automatisch een dwangsom gaan betalen. Als het bestuursorgaan twee weken na ontvangst van uw ingebrekestelling nog steeds geen besluit heeft genomen, heeft u recht op een dwangsom. Ook kunt u vanaf dat moment bij de rechtbank beroep instellen. Alleen tegen zaken waarin de rechtbank een zitting heeft gehouden kunt u in hoger beroep komen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. In de regel vindt de behandeling van uw hogerberoepschrift zonder zitting plaats. De Afdeling bestuursrechtspraak doet dan binnen acht weken na ontvangst van uw hogerberoepschrift een uitspraak. Wordt de zaak wel op zitting behandeld, dan doet de Afdeling bestuursrechtspraak binnen dertien weken een uitspraak.
<< Terug naar boven
Hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak
Hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld door de vreemdeling in persoon, zijn wettelijk vertegenwoordiger, zijn bijzondere gemachtigde of een advocaat. Deze personen moeten dan wel verklaren door de vreemdeling bepaaldelijk gevolmachtigd te zijn tot het instellen van het hoger beroep. Dat kan in het hogerberoepschrift of door gebruik te maken van dit formulier dat kan worden uitgeprint.
Als een vreemdeling zich wil laten bijstaan door een advocaat of een andere gemachtigde, moet hij daar zelf voor zorgen. In bewaringszaken kan de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden verzocht een zogenoemde last tot toevoeging te geven aan het bureau rechtsbijstandvoorziening. Dit betekent dat de Raad van State er voor zorgt dat de vreemdeling een raadsman krijgt.
<< Terug naar boven
Eisen aan het hoger beroep
De procedureregels die zijn beschreven in de Algemene wet bestuursrecht en in de Vreemdelingenwet 2000 moeten nauwgezet worden gevolgd. Het gaat dan bijvoorbeeld om de eis dat een afschrift van uitspraak waartegen hoger beroep wordt ingesteld moet worden overgelegd en dat het hoger beroepschrift grieven moet bevatten die zijn gemotiveerd. Bij het niet volgen van deze procedureregels schrijft de Vreemdelingenwet 2000 voor dat een hoger beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Er is geen mogelijkheid om deze zogenoemde verzuimen te herstellen.
<< Terug naar boven
Hoger beroep instellen per fax kan ook, per e-mail niet
Het is mogelijk om beroep in te stellen per fax. Deze fax moet in alle opzichten voldoen aan de eisen die de Vreemdelingenwet 2000 aan het hoger beroep stelt. Vandaar dat een faxbericht de grieven tegen de uitspraak van de rechtbank én een motivering van deze grieven moet bevatten. Het faxbericht bevat ook de bijlagen bij het hoger beroepschrift, zoals een afschrift van de uitspraak van de rechtbank waartegen het hoger beroep zich richt. Herstel van verzuim is niet mogelijk.
De faxen worden verwerkt tijdens de reguliere openingstijden (08.30 uur - 17.00 uur). Dit betekent dat faxen die binnenkomen buiten de reguliere openingstijden pas gelezen en verwerkt worden op de eerstvolgende werkdag. Het faxnummer is 070 - 365 13 80.
Het is niet mogelijk om per e-mail hoger beroep in te stellen.
<< Terug naar boven
Betalen van griffierecht
Voor het hoger beroep in asiel- en bewaringszaken hoeft u geen griffierecht te betalen. Voor het hoger beroep in de overige vreemdelingenzaken wel. Griffierecht is het bedrag dat de Raad van State in rekening brengt om uw hoger beroep in behandeling te kunnen nemen. De hoogte van dit bedrag is € 224. Vermindering van griffierecht of vrijstelling van het betalen van griffierecht is niet mogelijk. U hoeft niet direct bij het indienen van het hogerberoepschrift het griffierecht te betalen. Binnen twee weken nadat u uw hogerberoepschrift bij de Afdeling bestuursrechtspraak heeft ingediend, krijgt u een ontvangstbevestiging. Hierin staat vermeld hoe u dat bedrag kunt betalen en hoeveel tijd u daarvoor heeft.
<< Terug naar boven
Rekening-courant voor griffierecht
Advocaten die maandelijks meerdere zaken indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak, kunnen verzoeken om een rekening-courantsysteem, waarbij tevoren een vast bedrag wordt gestort. Hiervan kan de Raad van State telkens het griffierecht afschrijven. Voor inlichtingen hierover kunt u contact opnemen met de afdeling Financiële Zaken van de Raad van State (tel: 070-426 48 19).
<< Terug naar boven
Zaken met zeer grote spoed
Wilt u een verzoek om voorlopige voorziening indienen dat niet kan wachten op de reguliere openingstijden van de Raad van State, dan is het algemene telefoonnummer van de Raad van State 24 uur per dag bereikbaar. Dit nummer is: 070 – 426 44 26. Dit geldt niet voor het faxnummer. Faxen worden alleen verwerkt tijdens de reguliere openingstijden.
<< Terug naar boven
Zittingen
Niet alle vreemdelingenzaken worden op een rechtszitting behandeld. Als zaken wel op een zitting worden behandeld, dan vindt deze plaats in het gebouw van de Raad van State aan het Lange Voorhout 3 in Den Haag. In de rubriek Contact vindt u een routebeschrijving. Alle zittingen zijn openbaar.
<< Terug naar boven
Duur van een beroepsprocedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak
De wettelijke termijn voor de afdoening van hogerberoepschriften is maximaal 23 weken. Maar afhankelijk van het soort zaak kan de termijn waarbinnen uitspraak wordt gedaan, aanzienlijk korter zijn. Dit geldt in het bijzonder voor bewaringszaken en de zogenoemde AC-zaken. Een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening wordt in het algemeen binnen vijf weken gedaan. Indien dit noodzakelijk is, kan een uitspraak op een verzoek om voorlopige voorziening echter binnen enkele uren worden gedaan.
<< Terug naar boven
De uitspraak
Procespartijen krijgen de uitspraak automatisch en kosteloos toegezonden. In spoedzaken kan de Raad van State de uitspraak aan partijen faxen. De uitspraken worden ook met volledige tekst en met bijbehorende stukken op de website van de Raad van State gepubliceerd. Dit betekent dat achter de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak, ook de eerdere uitspraak van de rechtbank en het hogerberoepschrift als pdf-document zijn te lezen. Omdat al deze documenten eerst moeten worden bewerkt en geanonimiseerd, vindt publicatie op de website ongeveer tien dagen na de uitspraakdatum plaats.
<< Terug naar boven
Procesregeling
Deze regeling beschrijft de uitgangspunten van de Afdeling bestuursrechtspraak bij de behandeling van vreemdelingenzaken. Lees meer
<< Terug naar boven
Wrakingsregeling
Wraking betekent dat een van de partijen van mening is dat een rechter in een bepaalde zaak niet objectief is en dat een andere rechter de zaak moet behandelen. De Raad van State heeft een regeling om met verzoeken tot wraking om te gaan. Lees meer |