Met de juridische toets beoordeelt de Afdeling advisering de juridische kwaliteit van een voorstel. Daarbij kijkt de Afdeling of een ontwerp niet in strijd is met hoger recht en of het past binnen de bestaande wetten en regels. De juridische toets bestaat uit twee onderdelen:
- Toetsing aan hoger recht
- Inpassing in bestaand recht
Toetsing aan hoger recht
Een ontwerp mag niet in strijd zijn met bijvoorbeeld internationaal recht of de algemene uitgangspunten van het recht. Daarom onderzoekt de Afdeling advisering of een ontwerp in strijd is met:
- Hoger geschreven recht
- Ongeschreven rechtsbeginselen
Hoger geschreven recht
Dit zijn de wetten en regels die de (Nederlandse) wetgeving of wetsvoorstellen overstijgen. Denk aan internationale verdragen, maar ook aan de basis van het rechtssysteem van het land. De Afdeling toetst een voorstel aan hoger geschreven recht.
- Grondwet en Statuut van het Koninkrijk De Grondwet en het Statuut van het Koninkrijk vormen het raamwerk van het Nederlandse rechtssysteem. In tegenstelling tot veel andere landen, is het in Nederland niet gebruikelijk dat wetten door de rechterlijke macht aan de Grondwet getoetst worden. Daarom voert de Afdeling deze toets uit.
- Internationaal en Europees recht De Afdeling kijkt of de voorgestelde regeling voldoet aan bijvoorbeeld:
- Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR)
- EG-Verdrag over het vrij verkeer van goederen en de economische mededinging
- Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM)
Andersom, bij de implementatie van Europese regelgeving in Nederlandse regelgeving moet ook op tijd en op de juiste wijze plaatsvinden. Ook dat toetst de Afdeling.
Voorbeeld uit de praktijk
<< Terug naar boven
Ongeschreven rechtsbeginselen
De toets aan de uitgangspunten van ongeschreven recht betekent dat de Afdeling de ontwerpen onderzoekt op basis van:
- algemene eisen van rechtsstaat en democratie
- algemene rechtsbeginselen, zoals die van behoorlijke wetgeving, rechtszekerheid en rechtsbescherming
<< Terug naar boven
Inpassing in bestaand recht
Is de regeling nodig, in het licht van bestaande wetten en regels? Wat is de samenhang met vergelijkbare regelingen? Deze vragen beantwoordt de Afdeling in deze fase. Bovendien bekijkt de Afdeling of het voorstel past binnen het Nederlandse rechtssysteem.
De Afdeling besteedt ook aandacht aan de verhouding van bijzondere wetten tot algemene wetten (Burgerlijk Wetboek, Wetboek van Strafrecht en Algemene wet bestuursrecht).
Voorbeeld uit de praktijk
<< Terug naar boven |