Hoofdpunten van de Regeling werkzaamheden
Onderwerpen die de Raad van State zelf kan regelen zijn onder andere de werkzaamheden van de algemene vergadering (de Volle Raad) en haar afdelingen. De werkzaamheden van de Afdeling bestuursrechtspraak zijn apart geregeld.
De Wet op de Raad van State bepaalt dat de Raad zijn interne organisatie en werkwijze grotendeels zelf kan bepalen. De Regeling werkzaamheden werkt organisatie en werkwijze uit. Hieronder staat de volledige tekst van de Regeling werkzaamheden.
Regeling werkzaamheden Raad van State
§ 1. Algemeen
§ 2. De werkzaamheden van de algemene vergadering van de raad
§ 3. De werkzaamheden van de afdelingen
§ 4. Overige aangelegenheden
§ 1. Algemeen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
wet: Wet op de Raad van State;
raad: Raad van State;
afdelingen: afdelingen, als bedoeld in artikel 17 van de wet.
§ 2. De werkzaamheden van de algemene vergadering van de raad
Artikel 2
De raad vergadert als regel eenmaal per week.
De vice-president roept, indien hij dat nodig acht of daarom door vijf staatsraden schriftelijk met opgaaf van redenen is verzocht, de raad in buitengewone vergadering bijeen.
De oproeping voor deze vergadering vermeldt, tenzij de zaak geheimhouding eist, het in de vergadering te behandelen onderwerp.
Artikel 3
De staatsraden, en na hen de staatsraden in buitengewone dienst, nemen zitting naar rang van benoeming.
Artikel 4
De secretaris, of in geval van verhindering zijn plaatsvervanger, woont de vergaderingen van de raad bij.
Artikel 5
Van het verhandelde in de vergadering worden notulen opgesteld, welke tevens behelzen de namen van degenen die de vergadering hebben bijgewoond. Wordt een hoofdelijke stemming gehouden, dan vermelden de notulen de uitslag daarvan.
Artikel 6
Indien in een vergadering een beëdiging plaatsheeft, geschiedt deze onmiddellijk na de vaststelling van de notulen van de vorige vergadering. Van de beëdiging wordt een afzonderlijk, door de vice-president te ondertekenen procesverbaal opgemaakt.
Artikel 7
1. In de vergadering brengen de afdelingen verslag uit over de zaken, waarvan de behandeling door hen is voorbereid.
2. Indien de raad zich met een door de afdeling voorgesteld advies niet verenigt, kan de vice-president één of meer staatsraden aanwijzen tot het ontwerpen van een advies overeenkomstig het gevoelen van de meerderheid.
Artikel 8
In geval van hoofdelijke stemming volgt de vice-president de orde van de zitting, beginnende met de laatstbenoemde staatsraad of de laatstbenoemde staatsraad in buitengewone dienst. Hij zelf brengt het laatst zijn stem uit.
Artikel 9
Indien artikel 22 van de wet toepassing heeft gevonden, wordt daarvan in het advies van de raad melding gemaakt. Hetzelfde geldt in geval van toepassing van artikel 18a van de wet.
Artikel 10
Indien staatsraden met toepassing van artikel 24, tweede lid, van de wet gebruik maken van de bevoegdheid tot het uitbrengen van een afzonderlijk advies, stellen zij dit advies zo tijdig aan de secretaris ter hand, dat inzending van het advies van de raad zo weinig mogelijk vertraging ondervindt.
<< Terug naar boven
§ 3. De werkzaamheden van d§ 3. De werkzaamheden van de afdelingen
Artikel 11
De voorzitter van de afdeling, en voor zoveel nodig de plaatsvervangend voorzitter, worden aangewezen door de raad op voordracht van de vice-president.
Artikel 12
1. De afdelingen vergaderen zo dikwijls de voorzitter dit nodig acht dan wel twee leden van de afdeling aan de voorzitter een daartoe strekkend verzoek hebben gericht.
2. De vergadering wordt bijgewoond door één of meer aan de afdeling toegevoegde ambtenaren van Staat.
Artikel 13
De vice-president kan bepalen dat bij de voorbereiding van de behandeling van een zaak of van een soort zaken de desbetreffende afdeling wordt aangevuld met één of meer staatsraden of staatsraden in buitengewone dienst. Op voorstel van de vice-president kan de voorbereiding van de behandeling van een zaak door de raad worden opgedragen aan een daartoe samengestelde bijzondere commissie.
Artikel 14
De bij de raad of bij een afdeling aanhangig gemaakte zaken worden, voorzien van de gewenste documentatie, zo spoedig mogelijk toegezonden aan de voorzitter van de afdeling die met de voorbereiding onderscheidenlijk behandeling van de zaak is belast. Nadat de voorzitter van de zaken heeft kennis genomen, worden zij achtereenvolgens aan de overige leden van de afdeling en aan de toegevoegde
ambtenaar van Staat toegezonden. Van deze toezending kan worden afgeweken in gevallen van spoed.
Desgewenst wordt de zaak in een vergadering van de afdeling aan de orde gesteld.
Artikel 15
Voor de zaken die de afdeling voorbereidt, treedt de voorzitter van de afdeling dan wel een door hem daartoe aangezocht lid op als rapporteur. Indien een door de rapporteur ontworpen advies in de afdeling geen meerderheid verwerft, kan de voorzitter één of meer leden aanwijzen om een advies te ontwerpen overeen-komstig het gevoelen van de meerderheid.
Artikel 16
Indien in de afdeling, al dan niet aangevuld op de wijze, als in artikel 13 vermeld, de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter.
<< Terug naar boven
§ 4. Overige aangelegenheden
Artikel 17
De vice-president houdt toezicht op de werkzaamheden van de raad en zijn afdelingen. De voorzitters van
de afdelingen geven aan de vice-president met betrekking tot hetgeen in de afdelingen voorvalt de door hem gewenste inlichtingen.
Artikel 18
1. De vice-president ondertekent de door de raad uit te brengen adviezen.
2. De vice-president regelt de ondertekening van de overige uitgaande stukken.
Artikel 19
1. De verloven van de staatsraden worden in overleg met de vice-president geregeld.
2. Is een staatsraad verhinderd aan de werkzaamheden van de raad deel te nemen, dan geeft hij daarvan kennis aan de vice-president.
Artikel 20
Doet zich een aangelegenheid voor, waarin niet is voorzien, dan neemt dienaangaande de vice-president een beslissing. Indien en voorzover zijn beslissing voor de raad van belang is, doet de vice-president hetzij
schriftelijk, hetzij in een vergadering van de raad mondeling daarvan mededeling aan de staatsraden. |